Hoe verbeter je je veestapel voor de toekomst?
Inteelt neemt wereldwijd toe doordat dezelfde populaire bloedlijnen steeds intensiever worden gebruikt. Hoewel genetische vooruitgang hierdoor sneller lijkt te verlopen, leidt inteelt tot toename van erfelijke gebreken (zichtbaar en onzichtbaar). Hoe houd je de veestapel toekomstbestendig? De leden van de Foktechnische Commissie van K.I. Samen vertellen hoe zij bij de selectie van nieuwe stieren bewust sturen op diversiteit van bloedlijnen. Met vooral aandacht voor sterke, al dan niet bekende koefamilies creëert K.I. Samen ruimte voor duurzame vooruitgang in de fokkerij.
Over inteelt, outcross en de kracht van verschillende bloedlijnen.
Foktechnische Commissie
Ralph Engelen, Hans Wargerink en Gerard Scheepens vormen samen de Foktechnische commissie van K.I. Samen. Zij zijn verantwoordelijk voor de aankoop van nieuwe stieren. Daarbij ligt de focus op stieren die probleemloze, goed producerende koeien met hoge gehalten en een lange levensduur fokken. Maar ook diversiteit in bloedlijnen is een belangrijk aandachtspunt. Juist in een tijd waarin inteelt wereldwijd toeneemt.
Inteelttoename
“Vraag je tegenwoordig een veehouder wat hij het liefst ziet, dan zal hij in de meeste gevallen zeggen dat hij een uniforme veestapel wil met koeien die gemakkelijk veel melk geven en lang blijven lopen”, begint Ralph Engelen. “Probleemloos oud worden betekent ook zo min mogelijk ingeteelde dieren.” Gerard vult aan: “Ingeteelde dieren leven korter en leveren meer problemen op voor de veehouder én de koe.” Inteelt ontstaat wanneer dieren die familie van elkaar zijn, met elkaar gepaard worden. Daardoor neemt de kans toe dat dezelfde genvarianten via beide ouders worden doorgegeven aan het kalf. “Doordat veel veehouders kiezen voor stieren met hoge genomicscijfers, worden de hoogste stieren op de ranglijst vaak ook de populairste stieren”, legt Hans uit. “Hun bloedlijnen worden intensiever benut en daardoor loopt het inteeltpercentage op. Meer en meer van hetzelfde geeft geen variatie.”

Daardoor neemt de kans toe dat dezelfde genvarianten via beide ouders worden doorgegeven aan het kalf.
Niet de hoogste fokwaarde, maar de beste match
Inteelt is binnen een gesloten ras niet volledig te voorkomen. Daarom is het belangrijk dat de stijging van de inteelt gering blijft. De FAO (Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties) adviseert de toename van de inteeltgraad te beperken tot maximaal één procent per generatie. Voor melkveehouders blijft het daarom belangrijk om rekening te houden met variatie in bloedvoering bij de keuze van een stier. “De beste stier om te gebruiken is niet altijd de hoogste, maar de best passende stier bij de koe. Ook qua bloedvoering”, zegt Hans. “Probeer de bouw van de koe te optimaliseren om zo een gezonde, beter functionerende en probleemloze koe te fokken, die het jarenlang volhoudt. Inmiddels is de inteeltgraad al ruimschoots boven de FAO-norm van 1% gestegen. Dit leidt tot problemen voor de veehouders. Dan heeft een outcross-stier met een verfrissende bloedlijn veel meer waarde voor de populatie”, stelt Gerard.

“VDR Slash stempelt zijn kwaliteiten en zorgt voor een alternatieve bloedvoering in onze veestapel.”
Inteeltdepressie
Ralph ziet daarnaast risico’s op langere termijn. “Door het veelvuldig inzetten van populaire stieren kunnen erfelijke gebreken ontstaan. Hoe hoger het inteeltpercentage, hoe groter de kans op problemen. Van de tien erfelijke gebreken worden er maar liefst negen veroorzaakt door inteelt die voortvloeit uit de vaderlijn. Erfelijke gebreken zijn niet altijd direct zichtbaar, maar kunnen zich op latere leeftijd wel degelijk openbaren.”

moeder van Mostwanted Red
De gevolgen worden volgens Hans vaak onderschat. “Inteelt leidt tot inteeltdepressie. Daarbij presteren dieren minder goed dan op basis van hun genetische aanleg verwacht mag worden. Denk aan een mindere vruchtbaarheid, minder weerstand tegen ziekten, een lagere productie en uiteindelijk een kortere levensduur.” Ralph vult aan: “Vruchtbaarheid is tegenwoordig een van de belangrijkste redenen voor afvoer. Een gevolg van inteelt kan zijn dat een koe niet meer drachtig wordt. Dat probleem zie je vaak pas op latere leeftijd ontstaan. Daarom is diversiteit in bloedvoering zo belangrijk voor toekomstige generaties melkvee.”
“Je moet af en toe durven kiezen voor andere bloedlijnen en niet blind achter de hoogste index aanlopen.”
Goede bouw + kwaliteiten moederlijn + outcross
Bij de selectie van nieuwe stieren staat de Foktechnische Commissie letterlijk aan de voorkant van het proces om de genetische diversiteit te behouden. “Allereerst moet een stier correct gebouwd zijn, met vorm en functie in balans”, vertelt Hans. “Daarnaast moet de stier vanuit de moederlijn waardevolle kwaliteiten aan de populatie toevoegen, terwijl we de vaderlijn kritisch beoordelen op bloedvoering en verwantschap. Stieren met een zeer hoog inteeltpercentage gaan we uit de weg. Er zijn situaties waarin een stier op papier opmerkelijke fokwaarden heeft maar toch niet wordt aangekocht vanwege zijn, in onze ogen, hoge inteeltpercentage.” Ralph haakt hierop in: “De moederlijn is het belangrijkst. De koefamilie moet bovengemiddeld presteren en scoren voor productie en gehalten.” Waarop Hans instemmend knikt: “Over meerdere generaties moet een koefamilie voldoen aan productie- en exterieureisen. We kijken bewust verder dan alleen de populairste koefamilies. Minder bekende koefamilies krijgen bij K.I. Samen juist ook een kans.” Als voorbeeld noemt hij de Roza’s, de Anna Jacoba’s, de Toosjes en de Anemoonlijn waaruit Red River en Red Ravello voortkomen. Het zijn koefamilies met hoge levensproducties die uiteindelijk zeer succesvol zijn gebleken.”
Met outcross bewust fokken voor de toekomst
Volgens Ralph ligt daar ook direct de kracht van outcross. “Een outcross-stier is een stier met een bloedlijn die op dat moment weinig voorkomt binnen de Nederlandse populatie. Juist zulke stieren kunnen veel betekenen voor toekomstige generaties. Je moet af en toe durven kiezen voor andere bloedlijnen en niet blind achter de hoogste index aanlopen.” Gerard onderschrijft dat: “Een outcrossparing kan enorm interessant zijn voor de toekomst. Door meer spreiding in bloedlijnen blijft er ook over tien jaar voldoende ruimte voor genetische vooruitgang en gerichte paringen. Zeker in de fokkerij van vandaag is dat belangrijk.”

Surprise rf heeft een succesvolle moederlijn en daarbij een laag inteeltpercentage.
Biedt outcross extra meerwaarde? “Jazeker”, zegt Ralph. “Door outcross-stieren in te zetten, voeg je extra kwaliteit toe aan je veestapel. Ook al lijkt dat op papier misschien minder, in de praktijk levert het altijd meer op.” “Outcross betekent niet dat je kwaliteit inlevert”, vult Hans aan. “Het creëert juist ruimte voor kwaliteit in de volgende generatie. En dat sluit perfect aan bij de visie van K.I. Samen.” Ralph sluit af met een duidelijke boodschap: “Vermijd zoveel mogelijk ingeteelde stieren en zoek naar de stier die het best past bij de koe, voor de praktische koe van morgen. En de praktijk bewijst het.”

Een breed aanbod aan bloedlijnen!
K.I. Samen zorgt voor voldoende outcross-stieren in het pakket, zowel in het zwartbont- als roodbontsegment. Wat doet u? Kiest u voor een outcross-stier bij een volgende tochtige koe?
De Praktische Fokkerij Wijzer
Om veehouders te ondersteunen in het maken van de juiste stierkeuze, gebruiken wij De Praktische Fokkerij Wijzer: een eenvoudige, betrouwbare en toepasbare methode voor paringsadvies op basis van de bouw van het dier. Dit hulpmiddel houdt rekening met de bloedvoering en kijkt tot vijf generaties terug in de vaderlijn. Wilt u meer informatie over het gebruik van de PFW of advies over de inzet van outcross-stieren? Neem dan contact op met uw foktechnisch adviseur of kijk op onze website
